donderdag 30 oktober 2008

Dividend telt

Het beursgeweld van de afgelopen weken begint te wennen. Een beweging van meerdere procenten op één dag voor de Amerikaanse Dow-Jonesindex is eerder regel dan uitzondering. Sinds 23 september zijn er slechts drie handelsdagen geweest waarop de Dow met minder dan honderd punten bewoog.

Dinsdag veerde de Dow met bijna 900 punten op, een winst van 10,88%. In procenten was het de op vijf na sterkste stijging in het bestaan van de Amerikaanse beursgraadmeter. Opvallend gegeven is dat vier van de vijf sterkste procentuele stijgingen werden geboekt tussen 1929 en 1932. Het zijn de drie jaren na de grote beurskrach van oktober 1929, beter bekend als Black Monday. Hierna belandde de mondiale economie in de jaren dertig in de Grote Depressie.

Het duurde tot 1954 voordat de index zich wist te herstellen van de klap en het hoogste punt van 381,17 punten uit 1929 weer op de borden stond.

Mocht de beurs wederom net zo veel tijd nodig hebben om te herstellen van de huidige koersdreun, dan gaan we sombere tijden tegemoet. De Dow noteerde op 9 oktober vorig jaar een 'all-time high' van 14.164 punten. Als het scenario van de jaren dertig zich herhaalt, dan zou dit betekenen dat pas in december 2032 dit hoogtepunt weer wordt bereikt.

Het is een somber gegeven, maar er zijn lichtpuntjes. Een nadere blik op de cijfers leert dat rendementen sneller herstellen dan de koers van de index aangeeft. Een van de belangrijkste factoren daarbij is dividend. Het dividend vertegenwoordigt een belangrijk deel van het totaalrendement. Een koersindex houdt hier geen rekening mee. Een beursgraadmeter is een afspiegeling van het sentiment en hangt af van de waan van de dag.

Het beleggingsboek Stocks for the Long Run van financieel professor Jeremy Siegel van de Wharton School van de universiteit van Pennsylvania brengt het belang van dividend duidelijk in beeld. In het boek - dat door The Washington Post is betiteld als een van de tien beste beleggingsboeken aller tijden - legt Siegel uit dat ten tijde van de Grote Depressie de dividenden in de dubbele cijfers noteerden.

Om beleggers naar de aandelenmarkten te lokken, bood een hoog dividend uitkomst. Daarnaast proberen bedrijven, ook als de winst lager uitvalt, het dividend zo veel mogelijk op peil te houden.

Rekening houdend met de uitkering van dividend, duurde het voor de breder samengestelde S&P 500 geen 25 maar 12,5 jaar totdat de verliezen waren weggepoetst. In 1954 was een belegging in de S&P 500, mede door het uitkeren van dividend, alweer drie tot vier keer zo veel waard als in 1929.

De stand van een index is één ding, maar het totaalrendement is zo mogelijk nog belangrijker.

Arnold Tankuş
© 2008 Het Financieele Dagblad

Geen opmerkingen: