zaterdag 2 februari 2008

Turbo hard omhoog of omlaag

Met de turbo kan de belegger met extra snelheid profiteren van de bewegingen van de AEX, olie, goud of Google. Bij daling, maar ook bij stijging. Door een hefboom nog een versnelling hoger.

Een beetje turbobelegger zat de afgelopen maand in een turbo long op goud en een turbo short op de AEX. De turbo long om te profiteren van de stijging van de goudprijs en de short om mee te gaan in de val van de Amsterdamse hoofdgraadmeter. Het waren juist deze twee turbo's die het meest werden verhandeld de afgelopen maand. Dat zeggen de cijfers en dus is 'de particuliere belegger lang zo dom nog niet', concluderen Jean-Paul van Oudheusden en Erik Mauritz van ABN Amro Markets. De bank is maar wat trots op het in 2004 geïntroduceerde en in 'eigen keuken' ontwikkelde product dat met name door de particuliere belegger is omarmd. Imitaties van turbo's halen maar een fractie van de omzetten.

In Amsterdam worden inmiddels gemiddeld zo'n 6500 tot 7000 contracten per dag verhandeld. De gemiddelde omzetten in turbo's hebben van 2006 op 2007 een stijging laten zien van 35%. De afgelopen maand steeg dit getal verder met bijna 60% naar een gemiddelde dagomzet van euro 51,5 mln. Wegens succes is de turbo nu ook te verhandelen in België, Zwitserland, Hongkong en al eerder werd hij gelanceerd in Duitsland.

De naam turbo dekt de lading volledig: het kan namelijk hard gaan. Dat komt omdat de aandelen, indices, of grondstoffen niet rechtstreeks door de belegger worden gekocht. De bank financiert een deel van de aankoop, de rest van de inleg is voor de belegger. Stel dat de koers van het aandeel KPN euro 12 bedraagt. Bij het kopen van bijvoorbeeld de turbo long 10 op KPN, waarmee wordt gespeculeerd op een stijging, neemt de bank euro 10 voor zijn rekening. De turbokoper moet het restant bijleggen, in dit voorbeeld is dat euro 2, dat is de prijs van deze turbo. Stijgt het aandeel KPN met euro 2 van euro 12 naar euro 14, dan geldt dat ook voor de turbo. Op dat moment treedt de hefboom in werking. Terwijl de aandelen in dit geval een rendement van 16,6% kennen, is de waarde van de turbo verdubbeld van euro 2 naar euro 4. Daarentegen kan bij een daling het procentueel verlies ook fors oplopen. Daalt de waarde van KPN met een euro van euro 12 naar euro 11 dan vermindert het aandeel met nog geen 10%, terwijl de turbobelegger door een daling van euro 2 naar euro 1 de helft van zijn inleg kwijt is.
Zakt de koers van KPN verder weg en daalt het aandeel tot onder de euro 10, dan wordt de turbo beëindigd en krijgt de belegger de eventuele restwaarde terug die in het ergste geval nul is. De financieringsgrens bepaalt dus de afloop van een serie. In het voorbeeld van KPN is de euro 10 het stop loss-niveau. ABN Amro noemt dit een financieringsniveau, zodat duidelijk is dat wordt belegd met geleend geld. Daarom rekent ABN Amro een 'commerciële rentevergoeding' voor de financiering van de aandelen. De bank verrekent dit bedrag op dagbasis in de prijs van de turbo. Ook de uitkering van dividend wordt verwerkt in het financieringsniveau. Voor de KPN turbo short gelden dezelfde regels, alleen dan omgekeerd en stijgt de prijs van de turbo als de onderliggende waarde daalt.

Speculeren
Voor zowel de turbo short als long geldt dat naarmate het financieringsniveau verder uit het zicht verdwijnt, de hefboom lager wordt. De hefboom is het hoogste als de koers van de onderliggende waarde vlak bij het stop loss-niveau zit. En dat is vooral voor de speculatief ingestelde belegger een interessant moment om te handelen. 'Het eventuele verlies naar beneden toe in absolute termen is relatief klein, terwijl bij een draai de winstkansen groot zijn', zegt Van Oudheusden. Het komt voor dat een stop loss-niveau even wordt gebroken. Het kan gebeuren dat KPN door de dag heen op euro 9,90 heeft gestaan en sluit op euro 10,15. Wie naar de slotkoers van KPN kijkt, denk dat er niets is gebeurd, maar de turbo is beëindigd. Op diverse beleggersforums heeft dit wel een geleid tot de een beschuldigende vinger richting ABN Amro. De bank zou de onderliggende waarde manipuleren om de turbo net even door de stop loss te laten zakken. Zeker als de koers direct na het doorbreken van een stop loss weer opveert, komt dit verhaal regelmatig bovendrijven. Van Oudheusden en Mauritz van ABN Amro kennen de verhalen: 'Het is gewoon niet waar. Wij hebben baat bij zo veel mogelijk uitstaande contracten en zouden dus onszelf in de vingers snijden als we een turbo door de stop loss drukken.'

Anders dan optie
De renteafboeking bij een turbo long, en -bijboeking in het geval van een short, verklaart het op het oog vreemde financieringsniveau van een turbo long Wolters Kluwer 15,40 of de TomTom short 63,90. Zeker voor optiebeleggers met hun fixatie voor ronde getallen, is dit wennen. Er zijn meer verschillen. Zo kennen opties een afloopdatum en speelt de factor tijd daarom een belangrijke rol in de samenstelling van de prijs. Een langere looptijd betekent een hogere premie, de tijdswaarde loopt uit de premie naarmate de afloopdatum van een optie nadert. Daarnaast worden opties duurder bij een beurs die onstuimig heen en weer gaat, zoals de afgelopen weken het geval is geweest. Deze beweeglijkheid - in jargon 'volatiliteit' genoemd - speelt een grote rol in de premievorming. Beide factoren worden in de prijs van een turbo niet meegenomen, alleen de koers van de onderliggende waarde ten opzichte van het financieringsniveau telt.

Inmiddels is de keus aan turbo's groot. Beleggers kunnen handelen op een index, grondstoffen, aandelen of een sector. Dit leidt soms tot exotische namen als de turbo op Emaar, een vastgoedmakelaar uit het Midden-Oosten. 'Klanten belden ons op met de vraag of hier een turbo van kon komen. Als de vraag groot blijkt en de onderliggende waarde goed verhandelbaar, dan introduceren wij een serie. Zo kregen we door de daling van de huizenprijzen in Spanje veel vragen of er geen short kon komen op de Spaanse index. Die is er nu.'

Lexicon Turbo
Als een belegger een bepaalde koersbeweging verwacht, kan met een turbo extra rendement worden gerealiseerd. Rekent de belegger op een stijging van de onderliggende waarde, dan kan dit met een turbo long. Voor een verwachte daling is er de turbo short. Doordat de bank een deel van de aankoop financiert, ontstaat een hefboom. Hierdoor kan de turbo procentueel sterker stijgen of dalen dan de onderliggende waarde. Er zijn turbo's op veel verschillende onderliggende waarden, variërend van indices, aandelen, grondstoffen en valuta tot en met obligaties. Een belegging in turbo's is risicovoller dan een directe belegging in de onderliggende waarde.

Arnold Tankuş
© 2008 Het Financieele Dagblad

Geen opmerkingen: