De effecten van globalisering bepalen voor een groot deel de nationale geldontwaarding
Amsterdam
Er lijkt een einde te komen aan een kwarteeuw van lage inflatie. De honger naar energie en voedsel vanuit de opkomende markten stuwt de prijzen. Tegelijkertijd staan de Europese, Australische en Canadese centrale banken alleen in hun strijd tegen de geldontwaarding. De VS zetten met renteverlagingen in op groei en probeert coute que coute een recessie te vermijden. De centrale banken van de opkomende markten overspoelen de wereld met geld.
Inflatie wordt wereldwijd steeds homogener. Dat concludeerden economen Matteo Ciccarelli en Benoit Mojon vorig jaar in het rapport Global Inflation. Zij legden de inflatiecijfers van de leden van de Oeso van de afgelopen 45 jaar naast elkaar en daaruit blijkt dat de inflatiecijfers van de geïndustrialiseerde landen steeds dichter naar elkaar toe zijn gelopen. De effecten van globalisering bepalen 70% van het nationale inflatiecijfer. Alleen in landen met een strak monetair beleid is de invloed van globalisering minder groot.
Op regionaal niveau valt voor centrale banken nog enige eer te behalen, maar verder is de invloed dus tanende. Wat kunnen ze doen aan wereldwijde tendensen als oplopende prijzen voor grondstoffen als olie, koper en goud? De inhaalrace van de opkomende economieën gaat aanhouden.
De 'tweede ronde'-effecten waar voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) Jean-Claude Trichet voor waarschuwt, lijken een kwestie van tijd. Salariseisen zullen worden opgevoerd, al is tot nu toe nog geen wijdverbreide reactie op stijgende prijzen. En niet alleen in de gevestigde economieën. 'Ook de gewone man in de opkomende markten zal een groter deel van de koek opeisen', zegt Lex Hoogduin, hoofdeconoom Robeco en directeur van Iris.
Volgens Hoogduin komt een einde aan een lange periode van lage inflatie. Die werd ingezet aan het begin van de jaren tachtig toen de Federal Reserve onder voorzitter Paul Volcker overging tot een strak monetair beleid waarin het beteugelen van inflatie de belangrijkste doelstelling werd. De huidige voorzitter, Ben Bernanke, heeft het relatief gezien makkelijk als gekeken wordt naar de problemen waar Volcker voor stond toen hij aantrad in 1979. Niet alleen was de inflatie volledig uit de hand gelopen, Volcker kreeg ook te maken met een slecht draaiende economie.
Door de rente scherp te verhogen wist hij de inflatiespiraal te doorbreken. Hierdoor ontstond een diepe recessie die eind 1982 eindigde. Volcker legde met dit beleid de basis voor een kwarteeuw van dalende rentetarieven en stijgende obligatie- en aandelenkoersen. 'Deze periode van "the great moderation" waarin effectief de inflatie kon worden bestreden is niet blijvend. Het wordt voor centrale banken moeilijker om het in toom te houden', stelt Hoogduin.
Het huidige accommoderende beleid van Ben Bernanke door met flinke renteverlagingen de Amerikaanse economie te behoeden voor een recessie, wijkt op dat punt af van de aanpak van Volcker. Hoogduin: 'De Fed zet alles in op groei. De inflatie zal wel teruglopen of we lossen het later wel op, is de gedachte. Het is de vraag of ze wel bereid zijn om een recessie in te gaan en de pijn te incasseren. Ik heb respect voor de beslissingen die Volcker destijds heeft genomen. Die vergden moed. Ik vrees dat het nu, net als in de jaren zeventig, eerst uit de hand moet lopen voordat de bereidheid tot incasseren er is.'
De les van Volcker is glashelder. Tegen inflatie is maar één geneesmiddel: het opschroeven van de rente. De Zweedse centrale bank deed afgelopen week een greep in de medicijnkast door de rente met 25 basispunten te verhogen naar 4,25%. De geldontwaarding van het Scandinavische land liep in december op naar 3,6%. Ook in de eurozone liep de inflatie op naar het hoogste niveau in 14 jaar: 3,2% in januari. Ofwel 1,2 procentpunt boven de doelstelling van de ECB. Aangezien de ECB zichzelf ziet als de hoeder van de inflatie, zal de Zweedse ingreep worden gevolgd.
Maar wat helpt het als een deel van de centrale bankiers het rentewapen inzet en andere banken niet meegaan? De aantrekkende inflatoire druk heeft een diepere oorzaak dan alleen de stijging van basisprijzen. Vooral de centrale banken van opkomende markten en met name die van Rusland en China, zijn niet onafhankelijk genoeg, zegt Sylvester Eijffinger, hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg. 'Zij kunnen geen "nee" zeggen tegen de druk van politici en hanteren een heel ruime geldhoeveelheid. Eigenlijk overspoelen ze de wereld met geld. Doordat de globalisatie in volle gang doorgaat, kun je je daar regionaal niet meer voor isoleren.'
Net als Hoogduin heeft ook Eijffinger kritiek op het handelen van de Federal Reserve. 'Ook zij stellen zich niet onafhankelijk op. Waar in opkomende economieën politici zich mengen in het monetaire beleid, kan Bernanke geen "nee" zeggen tegen de financiële markten.'
Econoom Hoogduin gelooft in de goede bedoelingen van de ECB. Hij vraagt zich af of het ook tegen de druk bestand is als het erop aankomt. 'Zelfs hier is het lastig om de rente te verhogen. Op papier ben je onafhankelijk, maar zo makkelijk is dat niet.' Toch is hij niet bang voor inflatiecijfers zoals die in de jaren zeventig voorkwamen. 'Er zijn wel degelijk lessen geleerd. Een inflatie die in de dubbele cijfers loopt, zie ik niet zo snel meer gebeuren.'
Arnold Tankuş
© 2008 Het Financieele Dagblad
Hannity Promises To Expose CNN & NBC News In "EpicFail"
8 jaar geleden

Geen opmerkingen:
Een reactie posten