Steeds meer landen ageren voor een andere reservemunt, maar op korte termijn is er geen vervanging
Amsterdam
De druk op de dollar als wereldreservemunt wordt steeds groter. Rusland en China hebben de afgelopen maanden al meermalen aangegeven dat ze graag een alternatief zien voor de 'greenback'. Inmiddels mengen ook landen als India en Frankrijk zich in het debat. De landen willen het onderwerp op de agenda van de komende G8-bijeenkomst zetten.
Vooralsnog lijkt er echter geen realistisch alternatief voorhanden. Maandag trok de dollar licht aan versus de euro. Aan het eind van de Europese handel werd voor één euro $ 1,3934 betaald.
'De uitspraken rond de dollar zijn inmiddels in de koers van de munt verwerkt', zegt valutastrateeg David Woo van Barclays in Londen. Hij verwacht dat de dollar op korte termijn juist zal stijgen naar circa $ 1,35 versus de euro.
Woo schrijft dit toe aan de correctie in de grondstoffen- en aandelenmarkten. 'Je ziet dat als deze markten dalen, de Amerikaanse munt dan aansterkt.'
Op de langere termijn, zes tot twaalf maanden, is de valutastrateeg echter een stuk negatiever. Woo verwacht dat de dollar weg kan zakken naar een bandbreedte van $ 1,45 tot $ 1,55.
In een interview met de Italiaanse krant Corriere della Sera voorafgaand aan de G8-top in Rome deze week riep de Russische president Dmitri Medvedev op tot een alternatief voor de dollar. 'Het wereldreservesysteem gebaseerd op de dollar en euro vertoont barsten', zei hij. Hij herhaalde daarmee zijn standpunt om een nieuwe internationale reservemunt in te voeren.
Suresh Tendulkar, de economische adviseur van de Indiase premier Manmohan Singh, liet vorige week weten dat hij zijn land maant tot een grotere diversificatie in de valutaportefeuille. Tendulkar stelt dat de centrale bank van India minder dollars moet kopen.
Ook de Franse minister van financiën, Christine Lagarde, vindt dat 'de balans tussen valuta's en de rol van valuta's' opnieuw moet worden geëvalueerd 'in een wereld die is veranderd wegens de kredietcrisis en de groeiende rol van de opkomende markten'.
Maar welk alternatief is er dan voorhanden? De meest logische kandidaten zijn de euro, het pond sterling en de yen, stelt een onderzoeksrapport van Barclays Capital. Het zijn munten van landen met voldoende diepe financiële markten en met een degelijk juridisch systeem dat eigendomsrechten waarborgt. Bovendien zijn het landen die relatief weinig interveniëren op de valutamarkt.
Juist op al deze voorwaarden scoren de munten van de opkomende landen slecht. En belangrijker: het ziet er niet naar uit dat ze spoedig hun zaken op orde krijgen. Het zal een tijd duren voordat de yuan, de roepie of de roebel echte uitdagers van de dollar zijn.
Grondstoffenvaluta's, zoals de Australische, Canadese en Nieuw-Zeelandse dollar of de Noorse kroon, zijn mogelijk interessant als alternatief, stelt Barclays Capital. Ze vormen een mooie hedge tegen een dalende dollar en oplopende inflatie. Blijft over het probleem dat de kapitaalmarkten van de grondstoffenproducenten veel te klein zijn.
China ziet mogelijkheden in de special drawing right (sdr), een valuta-eenheid die door het IMF wordt gehanteerd. Volgens de Chinese staatsbank Export-Import Bank of China kan de sdr, een valutamandje bestaande uit de dollar, yen, euro en pond sterling, na verloop van tijd de dollar vervangen in het hart van het internationale monetaire systeem.
Van een overstap in de nabije toekomst lijkt echter geen sprake. Econoom Wang Xin van de Chinese centrale bank zei maandag dat een andere reservemunt niet 'in één stap genomen kan worden'. China houdt 70% van zijn reserves - die worden geschat op $ 1950 mrd - aan in dollars. De Chinese uitspraken worden dan ook opgevat als een teken dat Peking vooralsnog niet gaat aansturen op harde maatregelen om de dollar te vervangen.
Uit het onderzoek door Barclays blijkt dat er een opvallend sterke relatie bestaat tussen dollarzwakte en opbouw van valutareserves. In de acht kwartalen van het afgelopen decennium waarin de officiële dollarreserves in de wereld het sterkst stegen, daalde de waarde van de dollar met gemiddeld 4%. Terwijl de munt met bijna 3% steeg in de acht kwartalen waarin de minste reserves werden toegevoegd. 'Als managers aangeven dat ze hun reserves willen uitbreiden, is dat met andere woorden een heel goede indicator dat de dollar zal wegzakken', stelt Barclays.
Het wijst er bovendien op dat de recente bezorgdheid over de status van de dollar als belangrijkste reservemunt niet per se negatief voor de munt is. Sinds medio mei komt de dollar nauwelijks van zijn plaats.
Marcel de Boer en Arnold Tankuş
© 2009 Het Financieele Dagblad

Geen opmerkingen:
Een reactie posten