donderdag 10 februari 2011

To QE or not to QE

De sceptici binnen de Federal Reserve laten steeds meer van zich horen. Fed-bestuurders Jeffrey Lacker en Richard Fisher vinden dat voorzitter Ben Bernanke moet stoppen met quantitave easing (QE). In goed Nederlands wordt dit kwantitatieve verruiming genoemd, een mooie term voor het aanzwengelen van de geldpers

In de praktijk betekent dit dat de Fed Amerikaanse staatsobligaties opkoopt om de rente laag te houden met als doel het vertrouwen in de financiële markten te herstellen en economische groei te stimuleren.
De Fed zag na het uitbreken van de kredietcrisis geen andere weg dan QE, omdat de rente al was verlaagd naar een historisch dieptepunt van 0 tot 0,25%. Een negatieve rente is te radicaal, dus moest er een ander middel worden ingezet.

Tijdens de eerste ronde kocht de Fed voor $ 1700 mrd aan staats- en hypotheekobligaties op. Dit programma eindigde maart vorig jaar. In november kondigde de Fed QE2 aan. Goed voor nog eens $ 600 mrd, waarvan de helft nu is besteed. Door dit beleid heeft de Fed inmiddels voor $ 1108 mrd aan staatsobligaties op de balans staan.

Maar het is genoeg geweest, zeggen Lacker en Fisher, bestuurders van de Fed in respectievelijk Richmond en Dallas. Fisher zei dinsdag dat de Fed met QE 'de grens van het toelaatbare' heeft opgezocht en dat hij tegen ieder voorstel voor uitbreiding zal stemmen.

Het doel, groei van de Amerikaanse economie, is tenslotte bereikt. Groeide de economie in de VS afgelopen jaar met 2,9%, dit jaar wordt gerekend op een groei die dicht tegen de 4% aanzit. Daarnaast lijken beleggers het vertrouwen in de markten te hebben herwonnen: de rente loopt langzaam op en ook de aandelenbeurzen stijgen. Een teken dat beleggers weer risico's durven te nemen. In beide opzichten lijkt de Fed dus geslaagd in zijn opzet.

Ondanks de kritische geluiden zijn Lacker en Fisher een minderheid binnen de Fed. De bank heeft zelf aangegeven met regelmaat het beleid, indien nodig, te herzien en de stimuleringsmiddelen aan te passen.
Dit betekent dat bij de geringste hapering of economische tegenslag de Fed het QE-middel kan handhaven. Zo loopt de werkloosheid niet snel genoeg terug. Een lage werkloosheid is naast prijsstabiliteit een van de doelen van de Fed en zou een reden kunnen zijn om met QE door te gaan.

Voor de markten is het daardoor gissen of de Fed doorgaat met QE of niet. Tegelijkertijd geeft het ook zekerheid, want zo lang de discussie over QE aanhoudt, blijft de basisrente op het huidige niveau staan. De markten gaan pas over een hogere rente denken als de Fed geen QE3 aankondigt.

Arnold Tankuş
© 2011 Het Financieele Dagblad

Geen opmerkingen: